Angststoornis
Iedereen is wel eens angstig en dat is een normale reactie bij dreigend gevaar. Het gevoel van 'vechten of vluchten' beschermt je. Maar sommige mensen voelen zich ook angstig als daar eigenlijk geen aanleiding voor is. Ze merken dan bijvoorbeeld dat ze een angstige gedachte hebben, gaan trillen, zweten, een verhoogde hartslag krijgen, een snelle ademhaling krijgen, etc. Sommige mensen voeren dwanghandelingen uit om de angst niet te hoeven voelen. De angst kan zo groot zijn dat je situaties gaat vermijden. Als de angst je belemmert in je dagelijks functioneren kan het zijn dat er sprake is van een angststoornis.
Angststoornissen komen vaak voor, 20% van alle Nederlanders heeft er wel eens last van gehad. Het komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens.
Er zijn 14 verschillende soorten angststoornissen en die hebben allemaal verschillende kenmerken. Voorbeelden van angststoornissen zijn: een gegeneraliseerde angststoornis, een fobie en OCD (een stoornis met dwanghandelingen).
Kenmerken
Iedere angststoornis heeft zijn eigen kenmerken. Enkele kenmerken zijn:
-
buitensporige angst of overmatige bezorgdheid
-
moeite met inslapen of doorslapen, snel vermoeid zijn
-
overdreven schrikreacties
-
moeite met concentreren
-
rusteloos, opgewonden of geïrriteerd zijn
-
trillen of beven
-
misselijkheid, duizeligheid of zweten
-
gevoel van stikken
-
dwangmatige gedachten of dwanghandelingen
Oorzaken
Bij het ontstaan van angststoornissen kunnen aanleg- en omgevingsfactoren een rol spelen. Sommige mensen zijn van nature angstig aangelegd en anderen hebben te maken gehad met bijvoorbeeld traumatische gebeurtenissen of met een opvoedingsstijl die geleid heeft tot angst. Vaak is er sprake van een combinatie van aanleg- en omgevingsfactoren.
Behandeling
Het is belangrijk om per cliënt te bepalen wat de oorzaak is van de angstproblemen en hoe verschillende factoren samenhangen. Op deze manier kan in de begeleiding aangesloten worden bij het specifieke angstprobleem.
Behandeling van een angststoornis bij kinderen
Bij kinderen met een angststoornis wordt vaak gewerkt op basis van cognitieve gedragstherapie. De eerste stap is dat het kind inzicht krijgt in hoe de angst bij hem of haar werkt. Vervolgens krijgt een kind kennis aangeboden over de manier waarop hij of zij de angstsymptomen kan verminderen. Daarnaast is het belangrijk dat het kind probleemoplossende vaardigheden aanleert, waardoor het beter leert omgaan met situaties die angst oproepen. Bij ernstige angstklachten kan overwogen worden om (tijdelijk) medicatie in te zetten, ter ondersteuning van de behandeling. Psycho-educatie speelt een belangrijke rol in de behandeling: het kind en de ouder(s) krijgen voorlichting over angst in het algemeen. Daarnaast wordt besproken op welke manier zij reageren op de angst en hoe het gedrag van het kind hierdoor beïnvloed wordt. Indien een traumatische of specifieke vervelende gebeurtenis de oorzaak is van de angststoornis kan er gebruik gemaakt worden van EMDR. Dit is een kortdurende behandeling die over het algemeen snel resultaat geeft.
Behandeling van een angststoornis bij volwassenen
In principe ziet de behandeling van volwassenen er hetzelfde uit als bij kinderen. Ook hierbij wordt er gekeken hoe de angstproblematiek in elkaar zit en wordt er een passende behandeling ingezet. Afhankelijk van de situatie en de wens van de cliënt worden gezinsleden of overige mensen uit het systeem al dan niet betrokken bij de behandeling.




