Karin is 13 jaar en zit in de tweede klas van de Praktijkschool. Uit de gegevens van Karin blijkt dat ze last heeft van ADD, waardoor ze zich moeilijk kan concentreren. Ze heeft ook dyslexie en leest op een erg laag niveau. Naar intelligentieniveau is Karin ‘moeilijk lerend’, ze heeft een verstandelijke beperking.
Tijdens het intakegesprek vertellen haar ouders dat Karin erg chaotisch is. Ze ruimt haar spullen niet op tijd op en komt andere afspraken ook niet na. Ze heeft dan ook weinig tijdsbesef en kan onvoldoende klokkijken. Haar moeder regelt veel voor Karin. Ze maakt het ontbijt en legt ’s ochtends haar kleren klaar. Haar ouders worden ouder en willen graag dat Karin later zelfstandig kan wonen. Daarvoor moet ze meer dingen zelf kunnen. Opruimen, boodschappen doen, betalen, koken, de eigen tijd indelen, op tijd op een afspraak komen,….
Drie maanden later is Karin alleen naar de winkel geweest. Zij heeft zelf met plaatjes een boodschappenlijstje gemaakt, alle spullen ingekocht en betaald. Thuis kookt ze samen met moeder een heerlijke maaltijd. Volgende week gaat ze alleen met de bus naar opa en oma. Karin wordt stukje bij beetje steeds zelfstandiger, ze groeit van trots.