Rosan is 9 jaar, als ze wordt aangemeld bij Molendrift. Ze heeft geen zin meer in school. Veel te saai, zegt Rosan. Alle opdrachten die ze daar moet doen, zijn veel te gemakkelijk. Ze mag nooit iets doen waar ze goed in is, vindt ze zelf. Haar juf weet ook niet meer hoe ze Rosan kan motiveren. Ze schreeuwt door de klas, daagt andere kinderen uit en weigert te luisteren als de juf daar om vraagt. Als ze boos is, begint ze te schelden. Thuis gaat het niet beter. Rosan is veel buiten en zoekt daar de kinderen op, die voor spanning en avontuur zorgen.

Fietsen verslepen, fikkie stoken, dingen doen die niet mogen. Mooi als er dan mensen boos worden. Het drijft haar vader tot wanhoop.

Rosan blijkt een slim kind. Ze scoort bovengemiddeld hoog op intelligentietesten. Tegelijkertijd lijkt ze onzeker. Veel schoolopdrachten zijn te gemakkelijk. Maar ook als de juf haar meer pittige opdrachten geeft, gooit ze de spullen door de klas, als het haar niet snel genoeg lukt. De paniek slaat toe, en anderen krijgen de schuld. Rosan mokt en wil zich niet laten helpen.

Rosan krijgt hulp van Molendrift. Eerst op school, later ook thuis. Ze leert dat er grenzen zijn aan wat je kan doen, laten en zeggen. Dat je met brutaal zijn of boos worden niet bereikt wat je graag wil. Rosan wil graag horen dat ze het goed doet, dat juf en vader om haar geven, van haar houden om wie ze is. Ze wist dat niet zeker en dacht steeds slechter over zichzelf. Ik doe het ook nooit goed. Nu weet ze wel beter, dat heeft ze thuis van Kyra geleerd, die is toegepast psycholoog.

Hulp op school
Rosan gaat een keer per week naar Marieke Keizer. Ze is nog jong en veel kinderen hebben op die leeftijd moeite om hun eigen gedrag te sturen. Marieke maakt met Rosan een stappenplan, dat ze samen met haar juf bespreken. Daar staan concrete en duidelijke aanwijzingen in. Eerst je vinger op steken, voordat je iets wil zeggen of vragen. Op het schoolplein blijven tijdens het speelkwartier. De juf om hulp vragen als je een opdracht niet meteen snapt. Het gedrag van Rosan kan wijzen op een ontwikkelingsstoornis. Kinderen met ADHD reageren vaak impulsief. Zeggen en doen wat er het eerst in je opkomt. Kinderen met ODD (oppositionele opstandige gedragsstoornis) zijn snel gefrustreerd, boos als iets niet meteen lukt. Marieke is hier alert op, maar kijkt liever eerst naar oplossingen. Hoe kan Rosan leren om anders te reageren in situaties, die zij moeilijk vindt. Marieke vraagt Rosan dit te bedenken en samen oefenen ze op Molendrift. Niet moeilijk, een vinger opsteken, toch? Nee, op Molendrift niet, maar in de klas en op het schoolplein blijft het misgaan. Vreemd, waarom verandert er niets? Marieke besluit Kyra in de behandeling te betrekken. Kyra werkt ook bij Molendrift. Als toegepast psycholoog is zij getraind om kinderen ter plekke te observeren. Wat gebeurt er allemaal in een (moeilijke) situatie? Wie reageert op wie? Op welke manier? Is daar een patroon in te herkennen? Waar zitten de oplossingen?

Oplopende irritatie
Kyra kijkt en beschrijft wat Rosan doet op school en thuis. Hoe zij reageert en hoe anderen op haar reageren. De juf van school heeft een goed contact met de vader van Rosan. Vader heeft thuis vergelijkbare problemen met Rosan. Rosan heeft een grote mond en luistert slecht. Ze daagt haar vader uit, alsof ze alleen op een negatieve manier aandacht kan vragen. Haar vader is de wanhoop nabij. Hij is bang dat Rosan ontspoort, omdat hij haar “er niet onder krijgt”. Hij heeft het gevoel dat hij als opvoeder faalt. De druk bij vader lijkt het grootst. Marieke en Kyra besluiten in overleg met school en vader, dat aandacht voor de thuissituatie nu het meest wenselijk is. Kyra komt twee keer in de week langs en draait dan korte tijd mee in het gezin. Ze ziet het patroon, waarin vader en dochter met elkaar communiceren. Onbewust, zonder dat beiden het willen, reageren ze voortdurend en onmiddellijk op elkaar; boos en getergd. Elk wissewasje loopt uit op een conflict, waarin steeds twee mensen boos en verdrietig achterblijven.

Als Rosan een spelletje speelt met haar jongere broertje, begint hij te jengelen als hij verliest. Rosan is stom. Hij veegt de pionnen van tafel, waarop Rosan het hele bord door de kamer gooit en boos begint te schelden. Vader hoort het lawaai en stormt prompt de huiskamer binnen. “Onmiddellijk naar je kamer, Rosan, nu”, krijgt ze te horen. “Ik heb niks gedaan. Je bent een klootzak”, reageert Rosan furieus en rent naar buiten, de straat op. Zo gaat het vaker. Ruzies lopen snel uit de hand. De irritatie loopt alleen maar verder op. Vader kijkt niet meer wat er aan de hand is. Rosan luistert ook niet meer, ze kan alleen nog maar boos worden. Iedereen is moe.

Actie is reactie
Kyra en Marieke bespreken de observaties met vader. Hij ziet voor het eerst sinds lange tijd, waar het misgaat. Hij ziet ook dat het anders moet en anders kan. Samen maken ze een plan, waarmee vader thuis met zijn dochter aan de slag kan..

Vader en dochter zitten, zonder dat ze dat willen in een patroon, waarin ze elkaars gedrag negatief versterken. Kyra heeft dat gedrag in een schema gezet, waarin ook duidelijk wordt welke emoties ze bij elkaar oproepen. Emoties die hen gevangen houden. Vader en Rosan schrikken er van. Dit is helemaal niet wat ze willen. Integendeel, ze willen het juist alleen maar goed doen. Vader leert in gesprekken met Marieke hoe hij anders kan reageren. Rosan voelt stemmingen haarfijn aan en reageert zelf ook snel vanuit haar emoties. Het is dus belangrijk om kalm te reageren, feitelijk en neutraal. Duidelijke grenzen te stellen. Kijken en vragen wat er precies gebeurd is in plaats van onmiddellijk te oordelen. Kyra komt twee keer in de week bij het gezin thuis. Ze doen spelletjes, wassen samen af, de dagelijkse dingen. Kyra leert Rosan ook dat ze anders kan reageren. Als haar broertje vervelend doet, kan ze het eerst negeren. Of vader erbij roepen en om hulp vragen. Zo gaat het al snel veel beter. Rosan krijgt complimenten als het goed gaat. En zelfs als ze naar haar kamer moet, om rustig te worden, accepteert ze dat mokkend. Ze scheldt niet terug, ze loopt niet weg. Vader zegt het dan ook heel rustig, zonder boze stem. Eigenlijk heeft hij wel gelijk, ze wist het even niet meer (net als vroeger).

Succes op school
Nu het thuis beter gaat, gaat het op school opeens ook beter. Rosan voelt zich zekerder. Lezen en schrijven gaat haar gemakkelijk af, sommen vindt ze moeilijker. Zeker bij de plus sommen, die juf haar steeds vaker laat doen, de extra oefenstof. Haar hersenen kraken dan, maar ze geeft niet op. Ze steekt haar vinger op als het niet lukt en blijft geduldig wachten tot juf komt. Soms duurt dat net iets te lang. “Juf, juf..”, ontglipt het haar. Oeps, hand voor de mond. Maar juf kijkt op en lacht erom. Ze doet nog een keer voor hoe Rosan de grote getallen kan vermenigvuldigen. Aha, nu snapt Rosan het weer. Ze gaat ijverig verder. Potlood in de mond, dat helpt bij het nadenken.

Afscheid
De rust en gezelligheid keren weer terug, thuis en op school. Na 10 weken stopt de inzet van Kyra.  Vader redt het ook weer zonder hulp. Hij neemt afscheid van Marieke. Zes weken na dat afscheid volgt er nog één keer een telefoontje. Rosan had de boel op stelten gezet, toen een spin op haar been omhoog wou kruipen. Gillen en krijsen en sindsdien steeds bang als er een spin in de buurt kwam. Niet boos worden, adviseert Marieke. Kalm blijven en serieus nemen. Misschien laten zien dat ze niks doen. Ach ja natuurlijk, ga ik proberen, bedankt vader.

Zelfbeeld
De sleutel in de behandeling van Rosan lag thuis. Door de korte maar intensieve inzet van Kyra verandert de relatie tussen vader en Rosan. Vader begrijpt dat hij het voortouw moet nemen om het ingesleten, negatieve patroon te doorbreken. Door zijn gedrag te veranderen, verandert Rosan mee. Vader krijgt weer vertrouwen, als hij ziet dat Rosan positief reageert op complimenten. Dat Rosan beter luistert als hij ongewenst gedrag rustig corrigeert, zonder stemverheffing. Door anders te reageren krijgen positieve emoties weer de ruimte. De band tussen vader en Rosan is hecht. Vader voelt zich weer sterk in zijn rol als opvoeder. Rosan weet dat hij van haar houdt. Haar zelfvertrouwen groeit. Ze mag de Rosan zijn, die ze is. Dat wilde ze graag zeker weten.


Toegepast psycholoog
Als het effect van een behandeling uitblijft kan een toegepast psycholoog worden ingezet.  De toegepast psycholoog komt op school of thuis om op basis van observatie, cliënten nieuwe vaardigheden te leren. Als betrokkenen anders leren reageren in moeilijke situaties, kan probleemgedrag worden omgebogen. Ondersteuning ter plekke, in de concrete praktijk, zorgt ervoor dat die nieuwe vaardigheden sneller worden begrepen en geleerd. De inzet is altijd kortdurend en gericht op het (versneld) halen van een concreet doel, aanvullend op de behandeling.

 

Molendrift: Ubbo Emmiussingel 110 | 9711 BK Groningen | Tel: 050 - 318 51 42 | Fax: 050-312 89 90 | e-Mail