Als zijn relatie voor de tweede keer op de klippen loopt, zakt bij Henri de moed in de schoenen. Hij zal het allemaal wel niet kunnen, was altijd al zo, zijn hele leven. Een sufferd, een loser, deugt voor niets. Henri zinkt weg in een depressie, zonder het te beseffen. Hij drinkt, rookt en slikt alles wat voor handen komt. “Zo lang ik mij maar anders kon voelen, dan ik mij voelde; zo lang ik überhaupt maar iets kon voelen”, zegt Henri over die periode. Hij laat zijn twee kinderen bij zijn partner achter, het is over en uit. Zelfs als vader deug ik niet, denkt Henri.

Gelukkig is hij al onder behandeling bij Remzi van Molendrift en is de band sterk genoeg om Henri uit dat zwarte gat te trekken. Remzi: “We hadden Henri in die crisis al aangemeld bij de verslavingszorg. Toen bleek dat daar een wachtlijst was, pakte Henri zichzelf bij elkaar. Dan doe ik het zelf wel, zei hij, ik stop met drinken en hij heeft woord gehouden.” Bij aanvang van de behandeling is naast ADD, bij Henri een dysthyme stoornis geconstateerd. Het laatste maakt dat hij bij tegenslag snel in de put zit, Iemand belandt dan snel in een spiraal van negatieve gedachten en blijvend sombere stemming.

Henri stopt van de ene op de andere dag met drinken en houdt dat vol. Hij meldt zich aan bij de sportschool, waardoor hij afleiding krijgt en zich fysiek steeds beter voelt. Nu, bijna een jaar later is hij er weer klaar voor. Morgen komen zijn kinderen bij hem logeren. Hij kijkt er naar uit en voelt ook dat hij weer grip heeft, op zichzelf en op zijn taken als vader. Hij kijkt vooruit, naar zijn toekomst. Henri wil weer aan de slag. Dat ging niet zonder slag of stoot, lees maar:

Achtbaan
Henri’s leven lijkt op een achtbaan, zeker als zijn oma overlijdt in zijn puberteit lijken alle remmen los. Henri drinkt en blowt en gebruikt met vrienden ook steeds zwaardere middelen. De VMBO maakt hij af, maar op de vervolgopleiding gaat het al snel mis. “Ik kon altijd goed leren”, vertelt Henri, “maar ik zat in een verkeerde richting. Ik moest dingen leren, die mij niet interesseerden, dus onthield ik niks.” Hij stopt met school en belandt via uitzendwerk in allerlei wisselende baantjes. “Uiteindelijk was ik met mijn kameraad aan de slag bij een stratenmaker, dat verdiende goed. We stonden vroeg op en als we klaar waren met werk, kon het feest beginnen. Dat ging mis toen we ons een paar keer hadden verslapen. Ja, dat snap ik wel; daar heeft een baas geen boodschap aan.” Henri belandt via de hulpverlening bij een project voor begeleid wonen. Daar leert hij zijn vriendin kennen en daar ook, wordt zijn vriendin zwanger. Als de hulpverlening de voogdij opeist over het kind, neemt het jonge stel de benen. Henri: “Het was daar niet okay. We kregen hulp op basis van een PGB, maar ze wilden alle controle over je financiën. Dat vertrouwden we niet meer; er werd daar gesjoemeld.”

Jonge ouders
Het stel woont eerst bij moeder in huis, voordat ze een eigen thuis krijgen. De zorg voor hun kind valt zwaar. Ouders helpen, maar redden het ook niet alleen. Henri: “Mijn ex heeft last van borderline. We hadden ruzie om het minste of geringste. Dan zei ik, doe eens dit of doe eens dat, en dan werd zij boos en dan liep dat weer uit de hand; stonden we met de kwaaie koppen tegenover elkaar. Dat kan natuurlijk niet, als je een kind moet opvoeden.” Henri besluit bij zijn vader te gaan wonen om moeder en kind ruimte en rust te gunnen. Hij heeft afstand nodig. Ondertussen komt het stel onder toezicht van de voogdij. Henri wil graag een goede vader zijn en krijgt uiteindelijk contact met Remzi van Molendrift. “Ik wou eindelijk eens weten wat er met mij aan de hand was. Wat is mijn probleem? Waarom reageren mensen zo vreemd op mij? Waarom snap ik hun niet?”

Onderzoek
Remzi en Henri gaan aan de slag. Wekelijks hebben ze gesprekken en uit onderzoek blijkt dat Henri naast ADD last heeft van een Dysthyme stoornis. Daarmee valt er voor Henri een heleboel op zijn plek. De ADD maakt dat Henri moeite heeft om zijn leven te structureren en zijn dagelijkse dingen te plannen. Hij leert de dingen op een andere manier, dan de meeste andere mensen. Henri: “Door de uitleg van Remzi, snapte ik opeens waarom het vaak ruzie werd, als iemand mij op het werk iets uit wou leggen. Dan pikte ik het niet snel genoeg op en dan werd die ander ongeduldig. Ik ben regelmatig boos weggelopen. Als ik het dan toch nooit goed doe, bekijk het dan maar. Dat dacht ik dan. Nu begrijp ik beter wat er aan de hand is. Het ligt niet aan mij. Ik wil het juist heel goed doen, maar ik loop dan op mijn tenen. Ik had behoefte aan een complimentje, dat ik hoor wat ik wel goed doe en iemand die wat geduld met mij heeft.”

Huiswerk
Henri ziet Remzi wekelijks. De gesprekken lopen volgens een vast stramien. Henri neemt zijn dagboek mee en de belangrijke dingen worden doorgenomen. Hij krijgt de opdracht vooral op te schrijven wat er wel goed gaat. Ze tackelen negatieve gedachten en staan ook stil bij emoties, die verschillende ervaringen oproepen. Tot slot spreken ze af, waar Henri de komende week thuis aan werkt. Henri: “Dat is natuurlijk net zo belangrijk. Het gaat niet om dat ene gesprek dat je in de week hebt. Het gaat er juist om wat je tussendoor doet. Je moet er zelf mee bezig zijn en mee bezig blijven.” Meestal vult Henri in het begin van de afspraak een korte depressielijst in, steeds dezelfde. Remzi zet de score uit in een langlopende grafiek. Henri: “Op het dieptepunt scoorde ik 55 punten, dan is het goed mis. Als het goed is, zit je tussen de 1 en de 10. Ik wilde mijn score weten, dat gaf mij houvast. Ik voel mij snel niet goed, dan zak ik snel diep weg. Maar dan kon Remzi mij laten zien, hoe het volgens de vragenlijst was. Dan zag ik, dat het beter was, dan op dat dieptepunt, dat het niet zwart of wit was. Dat gaf mij weer moed.” Het gaat dus steeds beter, tot Henri’s vriendin weer zwanger is en het jonge stel besluit opnieuw samen te gaan wonen. “Dat was een foute gok. We zaten onmiddellijk weer in de ruzies. Ik wou zo graag een goede vader zijn, dat had ik mij als doel gesteld, maar het mislukte voordat het nog maar begonnen was. En doordat het mislukte, was ik mijn doel kwijt. Wat moest ik nog van mijzelf denken?”

In de put
Henri vindt onderdak bij zijn vader. Hij sluit zich daar op de slaapkamer op en drinkt veel. “Ik had een Playstation en verder niks. Af en toe kwam ik naar beneden om te eten, als mijn vader had gekookt. Eén grote verveling, de dagen duurden en duurden maar.” Henri vergeet afspraken met Remzi. Remzi zoekt hem op, als het niet lukt om op zijn afspraak te komen. Ze houden contact en Henri besluit dat hij af moet kicken. “Als er visite was, schaamde ik mij diep. Het lukte mij niet meer om een kop koffie zonder morsen naar mijn mond te krijgen, zo erg trilden mijn handen.” Dan komt het slechte nieuws, verslavingszorg heeft een wachtlijst. Een klap voor Henri.

Samen1plan
Gek genoeg markeert deze tegenslag de ommekeer. Henri besluit het zelf te doen; Remzi moedigt het aan en regelt een abonnement bij de sportschool. Henri: “Dat gaf mij een reden om op te staan. De sportschool was net geopend en nog lekker rustig. In het begin ging ik drie keer in de week, maar op het eind wel zes keer, zo’n beetje elke dag. Dat heb ik dan weer, ik draaf snel door. Dat moet ik nog leren beheersen.” Henri gaat weer op zichzelf wonen. Hij wil zijn kinderen weer vaker zien. Maar er zijn twijfels bij de jeugdzorg, die het gezin volgt. De moeder vertrouwt Henri niet. En met het bezoek van de kinderen gaat het door de stemming van Henri niet altijd goed. Dat geeft teleurstelling bij de kinderen en de ex-partner. Henri dreigt daardoor weer weg te zakken. Remzi, Henri en zijn vader bedenken samen een plan waardoor de kinderen minder last hebben van de slechte momenten van hun vader. Tijdens de bezoekregeling, één keer in de 2 weken, logeren ze bij hun opa. Remzi en vader pleiten voor Henri. Ze maken een plan met gedetailleerde afspraken waardoor de kinderen altijd een goede tijd hebben. Henri kan zich op slechte momenten terugtrekken met het gevoel daardoor juist een goede vader te zijn. Opa ziet door deze afspraak zijn kleinkinderen en kan zijn zoon helpen in zijn wens de kinderen vaker te zien.

Henri en zijn vader beslissen na een suggestie van Remzi om alles vast te leggen in Samen1plan. Via het web krijgen alle betrokkenen toegang tot de afspraken. De vader van Henri geeft in samen1plan aan hoe de afspraken verlopen. Henri: “Remzi zei, we beginnen weer helemaal opnieuw. Je ziet je kinderen elke zaterdag, eerst een uur. Gaat dat goed, dan overleggen we of het langer kan.” Henri ontspant en geniet weer van het contact met zijn kinderen. Hij groeit in zijn vaderrol en merkt hoe belangrijk zijn kinderen voor hem zijn. In gesprek met Remzi leert hij zichzelf te waarderen, kleine stappen als een overwinning te vieren. Henri: “Je kan wel van alles willen, maar het is belangrijker om te zien wat je hebt. Daar blij mee te zijn. Zoals laatst, heb ik de inrichting van mijn kamer omgegooid. Waarom alles altijd in dezelfde opstelling, dacht ik. Meteen aan de slag en hup, als ik nu om mij heen kijk, kan ik er nog blij van worden. Gewoon doen. ”

Toekomst
Henri ziet Remzi nog, maar vaker bellen ze of mailen ze even. Het gaat goed. Dat vindt ook de jeugdzorg. “Mijn ex heeft een nieuwe vriend. Daar had ik eerst wel moeite mee, maar nu zie ik de voordelen. Hij zorgt voor haar, zoals ik dat ook probeerde. Dat is goed voor de kinderen. We eten af en toe samen, zonder dat we ruzie hoeven te maken. Als ik iets zie wat ik anders zou doen, dan heb ik wel een neiging om er iets van te zeggen, maar ik doe dat liever niet. Haar huishouden is niet mijn zaak. Zo lang het maar goed gaat met de kinderen; daarom is het belangrijk dat we het contact goed houden. Daar doe ik mijn best voor. Soms moet je dan de wijste zijn en je mond houden.” Henri is aangemeld bij Overstag, een instelling die hem weer naar werk kan begeleiden. Dat is een volgende stap. Henri: “Helaas hebben ze daar ook een wachtlijst en moet ik weer geduld hebben. Daar kan Remzi ook weinig aan doen. Ik probeer het maar als een extra vakantie te zien. Straks kan ik weer aan de bak, voor mijn toekomst.”

Molendrift: Ubbo Emmiussingel 110 | 9711 BK Groningen | Tel: 050 - 318 51 42 | Fax: 050-312 89 90 | e-Mail